Woordenlijst

  • Bezittingen van uw bedrijf.
  • Soms mag u kosten van de aanschaf van een bedrijfsmiddel niet in één keer aftrekken, maar moet u deze verdelen over meerdere jaren. Dat heet afschrijven. Bekijk ook de video Uw bedrijfsmiddelen.
  • Dit is het overzicht van alle bezittingen, schulden en het eigen vermogen van uw onderneming.
  • Een middel dat u aanschaft om uw onderneming te 'runnen', bijvoorbeeld een computer, een website of gereedschap. Zie ook 'investeringsaftrek'.
  • De periode waarover een financieel verslag loopt. In de meeste gevallen is dit gelijk aan het kalenderjaar.
  • Dit is het bedrag waarvoor de bezittingen en schulden op de balans van uw onderneming staan.
  • Hebt u voor een bedrijfsmiddel investeringsaftrek gehad? Maar verkoopt u het binnen 5 jaar, of gaat u het privé gebruiken? Dan moet u de aftrek deels ongedaan maken.
  • De betaling van een deel van de winst aan de aandeelhouder.
  • Uw bedrijf overdragen aan iemand anders.
  • Verwacht u een grote uitgave in de toekomst? Dan mag u voor die bedrijfskosten een 'spaarpotje' aanleggen. Voorbeeld: schilderwerk van uw bedrijfspand.
  • Dat zijn de bezittingen min de schulden van uw bedrijf.
  • Gebruikt u milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan kunt u die mogelijk voordelig aftrekken. De aanschaf meldt u bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Zij bepalen of de aanschaf voldoet aan de voorwaarden. Van hen krijgt u een beschikking met het bedrag dat u mag aftrekken.
  • Geeft u garantie op uw product of dienst? Dan moet u in de toekomst misschien die garantie verlenen. En dat kost geld. Daarvoor kunt u een ‘spaarpotje’ opbouwen.
  • Dit is een onderneming die hoort bij een groep van ondernemingen. Vaak zijn dit bv’s.
  • Verkoopt u een bedrijfsmiddel? En wilt u later eenzelfde middel kópen? Dan mag u de (boek)winst die u maakt als u verkoopt, reserveren voor het nieuwe middel. Zo voorkomt u dat u direct belasting moet betalen over de (boek)winst.
  • Bezittingen die niet tastbaar zijn. Bijvoorbeeld goodwill (= de marktwaarde van een onderneming).
  • Koopt u in één jaar voor meer dan € 2.300 exclusief btw aan bedrijfsmiddelen? En zijn de bedrijfsmiddelen € 450 of meer per stuk? Dan hebt u mogelijk recht op investeringsaftrek.
  • Met de kleineondernemersregeling, hebt u recht op belastingvermindering voor de btw. Let op, deze vermindering moet u aangeven als winst in uw aangifte inkomstenbelasting.
  • Zie 'investeringsaftrek'.
  • Moet u een bedrag aan iemand betalen? Maar lukt dat niet? Dan kan diegene u het bedrag kwijtschelden. Dat levert u voordeel op. Dat voordeel moet u als ‘kwijtscheldingswinst’ opgeven in uw aangifte inkomstenbelasting.
  • Spaarpotje voor uw pensioen. In de opbouwperiode kunt u de premie hiervoor aftrekken tot een bepaald maximum. Dat is fiscaal gunstig.
  • Bezittingen die tastbaar zijn. Bijvoorbeeld een gebouw.
  • U leent geld uit aan een bedrijf of aan de overheid. In ruil daarvoor krijgt u een rentevergoeding.
  • Dit zijn werkzaamheden die u al verricht hebt, maar waarvoor nog geen factuur is gestuurd naar de opdrachtgever.
  • U leent geld aan of van bijvoorbeeld familie, zonder tussenkomst van de bank.
  • Onttrekken is wanneer u iets uit uw bedrijf gebruikt voor uzelf. Voorbeeld: u hebt een bakkerij en haalt een brood uit de schappen om zelf op te eten.
  • Als ondernemer mag u een 'spaarpotje' aanleggen voor de oudedag. Over een deel van de winst hoeft u dan op dit moment geen belasting te betalen. Dat doet u pas later, bij de uitkering. Kijk welke voorwaarden er gelden.
  • Dit zijn bedragen die u nog moet ontvangen, of vooruit hebt betaald. Voorbeeld: verzekeringspremies die een jaar vooruit betaald worden.
  • Kosten die u nog moet betalen. Voorbeeld: bankkosten of rente.
  • Deelnemers.
  • Schulden van uw bedrijf.
  • U legt een 'spaarpotje' aan voor uw pensioen.
  • Ontwikkelt u innovatieve producten en diensten, dan kunt u kosten en investeringen mogelijk deels aftrekken. U hebt hiervoor een beschikking nodig van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Zie ook RVO.nl.
  • Voorbeelden van samenwerkingsverbanden zijn: vof's en maatschappen.
  • U hebt een bedrag ontvangen van iemand omdat deze u als ondernemer schade heeft toegebracht.
  • Het bedrag aan loonbelasting dat u nog moet betalen aan het einde van een boekjaar.
  • Dit is alleen van toepassing wanneer u een bv hebt omgezet naar een eenmanszaak.
  • Bezittingen die u binnen een jaar kunt omzetten in geld. Bijvoorbeeld voorraden, debiteuren, banktegoeden, kastegoeden.
  • ‘Spaarpotje' voor mogelijke uitgaven in de toekomst.
  • De manier waarop u de waarde van de activa en passiva binnen uw bedrijf bepaalt.
  • De verandering van de waarde van de activa (bezittingen) of passiva (schulden) van uw bedrijf. Door veranderde omstandigheden, bijvoorbeeld als uw voorraad aan het einde van het boekjaar minder waard is geworden.
  • Naast de gewone afschrijving bepaalt u zelf hoe en wanneer u op een bedrijfsmiddel afschrijft. Deze regeling is er alleen voor starters (tot 5 jaar na de start van uw bedrijf).
  • Op dit overzicht vermeldt u alle opbrengsten en uitgaven van uw bedrijf.

Zie ook