De cijfers voor uw zakelijke aangifte inkomstenbelasting

Aangifte doen als zzp’er gaat een stuk sneller en beter als u alle cijfers bij de hand hebt. Hebt u al uw zakelijke gegevens al netjes geordend in een (online) boekhoudprogramma? Dan kunt u veel van de cijfers vrij eenvoudig overnemen in de aangifte. Voor wie zijn aangiftegegevens nog niet overzichtelijk bij elkaar heeft, hebben we de belangrijkste zaken voor zzp’ers op een rij gezet. Deze lijst is daarbij een handig hulpmiddel.

Elke onderneming heeft zijn eigen bedrijfsactiviteiten en kan te maken krijgen met specifieke situaties die in de aangifte moeten worden verwerkt. Lees de vragen in de aangifte daarom altijd zorgvuldig door en beoordeel of deze op uw bedrijf van toepassing zijn. Als u vragen hebt, kijk dan onder het '?' of raadpleeg de 'uitgebreide help' in de aangifte.

Zo zit de aangifte in elkaar

Uw aangifte inkomstenbelasting bestaat uit 2 delen:

  • Een privédeel, dat we al grotendeels voor u hebben ingevuld. Het is belangrijk dat u goed kijkt of die gegevens kloppen. Dat kan met deze aangiftechecklist .
  • Een zakelijk deel dat u zélf moet invullen. Daarover leest u hieronder meer.

Het zakelijk deel van uw aangifte
De kern van het zakelijk deel van uw aangifte bestaat uit twee delen:

  1. De winst-en-verliesrekening: hierop staan de inkomsten en uitgaven van uw bedrijf in het afgelopen jaar.
  2. De balans: die toont de waarde op 31 december van de bezittingen en schulden van uw bedrijf.

Tip:
Hebt u een winst- en verliesrekening en een balans van uw bedrijf? Dan kunt u de cijfers daaruit vrij eenvoudig overnemen in uw aangifte. Handig dus om zo’n winst- en verliesrekening en balans op te maken. Dat kunt u zelf doen, er zijn online veel tips en tools beschikbaar. Maar uitbesteden aan een professioneel adviseur kan natuurlijk ook.

Welke cijfers hebt u nodig voor de winst- en verliesrekening?

  1. Opbrengsten: uw totale omzet, exclusief de btw.
    Bereken dit met behulp van uw verkoopfacturen.
  2. Inkoopkosten: alle kosten voor het inkopen van grondstoffen en voorraad.
    Bereken dit met behulp van de inkoopfacturen van uw leveranciers.
  3. Afschrijvingen: het totaalbedrag dat u in het afgelopen jaar hebt afgeschreven op uw bedrijfsmiddelen.
    Zo berekent u per bedrijfsmiddel hoeveel u jaarlijks mag afschrijven.
  4. (overige) Bedrijfskosten: alle kosten die u maakt om uw werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld voor uw auto, telefoon, internet, adviseurs, inventaris.
    Bereken dit met behulp van de bijbehorende facturen en bonnen.
  5. Financiële baten en lasten: zoals rente die u hebt ontvangen of betaald over uw banksaldo of leningen. En ook: kosten die u hebt gemaakt om een lening af te sluiten voor uw bedrijf. (bijvoorbeeld notariskosten).
    Betaalde en ontvangen rente staat op het jaaroverzicht van uw bank.
  6. Buitengewone baten en lasten: bijvoorbeeld de bijtelling voor uw auto (als u een zakelijke auto ook privé gebruikt) en de btw van de kleineondernemersregeling.
    Zo berekent u de bijtelling voor de auto.

Welke cijfers hebt u nodig voor de balans?

  1. Vaste activa: de waarde van uw bedrijfsmiddelen, zoals machines, inventaris, computer enzovoort op 31 december. En ook: de bedragen die uw bedrijf heeft uitgeleend.
    De waarde van een bedrijfsmiddel is de aanschafwaarde op de inkoopfactuur minus het bedrag dat u hebt afgeschreven. Zo berekent u de afschrijving.
  2. Voorraden: de waarde van uw voorraden op 31 december. Voorraden zijn zaken die in uw bedrijf aanwezig zijn, die u bewerkt of verkoopt om omzet te maken.
    Voor het waarderen van voorraden kunt u een waarderingssysteem toepassen.
  3. Vorderingen: openstaande verkoopfacturen en eventueel btw die u nog moest terugkrijgen op 31 december
  4. Liquide middelen: banksaldo van uw bedrijf en de kas van uw bedrijf op 31 december.
    Het banksaldo op 31 december staat op het jaaroverzicht van uw bank.
  5. Ondernemingsvermogen: het eigen vermogen plus de reserves van uw bedrijf op 1 januari en 31 december van het jaar.
  6. Voorzieningen: bedragen die u hebt gereserveerd, bijvoorbeeld voor een garantieregeling voor uw klanten. Of voor uw pensioen of lijfrente.
  7. Langlopende schulden: bedragen die u hebt geleend, bij de bank of bij familie of vrienden met een looptijd langer dan 1 jaar.
  8. Kortlopende schulden: openstaande facturen van uw leveranciers en belasting die u nog moet betalen.

Lukt het niet de cijfers te verzamelen?

Denkt u de cijfers niet bij elkaar te hebben voor vóór de uiterste aangiftedatum van 1 mei? Vraag dan vóór 1 mei uitstel voor uw aangifte aan. Vindt u de aangifte tóch te ingewikkeld of te veel werk, dan kunt u ervoor kiezen de aangifte uit te besteden aan een professioneel fiscaal dienstverlener.

Administratie: kost tijd, maar is wel belangrijk

Als uw administratie helemaal op orde is, kunt u de cijfers voor uw aangifte waarschijnlijk snel vinden. Daarnaast: een goede administratie is niet alleen belangrijk voor uw aangifte. Het zorgt ook dat u goed zicht hebt op de ‘gezondheid’ van uw onderneming. Hou uw administratie dus goed bij. Een (online) boekhoudpakket maakt dat een stuk makkelijker. Wilt u uw administratie en aangifte niet zelf doen? Overweeg dan om hiervoor een financieel adviseur in te schakelen.

Zie ook