Aangifte doen – zo werkt het

1 – Ga naar je online aangifteformulier

Het aangifteformulier inkomstenbelasting is één formulier. Je geeft hiermee de particuliere gegevens zoals een hypotheek en het saldo van je bankrekening door. Én de gegevens van je onderneming, zoals je winst en aftrekposten.

Zo werkt het:

  • Ga naar belastingdienst.nl/zakelijk en log in op Mijn Belastingdienst met je DigiD.
  • Hier staat elk jaar vanaf 1 maart het ‘aangifteformulier’ voor je klaar. In dit formulier vul je alles in, wat in jouw situatie van toepassing is.

2 – Vul het aangifteformulier in

Op basis van je antwoorden aan het begin van de aangifte, verschijnen vanzelf de rubrieken die voor jou van toepassing zijn. Over je onderneming bijvoorbeeld, auto van de zaak of bijzondere regelingen.

Tip! Check eerst of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting.

Wil je aangifte doen als ondernemer? Dat gaat zo:

  • Bij persoonlijke gegevens krijg je de vraag of je bericht hebt gekregen om ‘als ondernemer aangifte te doen’. Beantwoord deze met ‘ja’.
  • Bij Ondernemingen krijg je dan de vraag ‘Had u een onderneming?’. Beantwoord deze ook met ‘ja’.
  • Beantwoord vervolgens de verschillende vragen over je onderneming.
  • Hierna kun je verder met je aangifte.

3 – Controleer en vul je gegevens aan

Vul de getoonde rubrieken van je aangifte in. Een deel van je particuliere gegevens heeft de belastingdienst al voor je ingevuld. Controleer deze gegevens goed. En verander of vul ze aan als dat nodig is.

Tip! Lastige belastingterm? Bekijk in de woordenlijst wat het betekent

.4 – Verstuur je aangifte

Als je alles hebt ingevuld, kun je de aangifte versturen. Wij ontvangen jouw aangifte dan direct. Op basis van je aangifte, ontvang je van de belastingdienst een (voorlopige of definitieve) aanslag inkomstenbelasting. En waarschijnlijk ook een aanslag Zorgverzekeringswet (Zvw). Want als ondernemer voor de inkomstenbelasting betaal je zelf de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet.

Wanneer krijg je bericht?

Je kunt van 1 maart tot 1 mei aangifte doen. Je aanslag inkomstenbelasting volgt meestal binnen drie maanden.

Dit kun je verwachten

  • Doe je vóór 1 april aangifte? Dan krijg je gegarandeerd uiterlijk 1 juli bericht van de belastingdienst.
  • Doe je in april aangifte, dan proberen ze je ook voor 1 juli bericht te sturen.
  • Vraag je uitstel aan en komt je aangifte later? Dan probeert de belasting binnen 3 maanden bericht te sturen.


Mogelijk ontvang je naast je aanslag inkomstenbelasting ook een aanslag voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). 

Uitstel nodig?

Kun je niet op tijd aangifte doen? Bijvoorbeeld omdat je administratie nog niet op orde is? Vraag dan tijdig uitstel aan.

Uitstel van aangifte

  • Vraag uitstel aan vóór 1 mei.
  • Je krijgt uitstel tot 1 september.
  • Wil je langer uitstel? Dan moet je dat kunnen motiveren.


Zo vraag je uitstel aan

  • Via Mijn Belastingdienst.
  • Of na 1 maart via de BelastingTelefoon.

Woordenlijst/Begrippen – uitleg bij aangifte doen

activa

Bezittingen van je bedrijf.

afschrijven / afschrijving

Soms mag je kosten van de aanschaf van een bedrijfsmiddel niet in één keer aftrekken, maar moet je deze verdelen over meerdere jaren. Dat heet afschrijven. Bekijk ook de video Je bedrijfsmiddelen.

balans

Dit is het overzicht van alle bezittingen, schulden en het eigen vermogen van je bedrijf.

bedrijfsmiddel

Een middel dat je aanschaft om je bedrijf te ‘runnen’, bijvoorbeeld een computer, een website of gereedschap. Zie ook ‘investeringsaftrek’.

boekjaar

De periode waarover een financieel verslag loopt. In de meeste gevallen is dit gelijk aan het kalenderjaar.

boekwaarde

Dit is het bedrag waarvoor de bezittingen en schulden op de balans van je bedrijf staan.

desinvesteringsbijtelling

Heb je voor een bedrijfsmiddel Investeringsaftrek gehad? Maar verkoop je het binnen 5 jaar, of ga je het privé gebruiken? Dan moet je de aftrek deels ongedaan maken.

dividend

De betaling van een deel van de winst aan de aandeelhouder.

doorschuiven

Je bedrijf overdragen aan iemand anders.

egalisatiereserve

Verwacht je een grote uitgave in de toekomst? Dan mag je voor die bedrijfskosten een ‘spaarpotje’ aanleggen. Voorbeeld: schilderwerk van je bedrijfspand.

eigen vermogen

Dat zijn de bezittingen min de schulden van je bedrijf.energie- en milieu-investeringsaftrek

Gebruik je milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan kun je die mogelijk voordelig aftrekken. De aanschaf meld je bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Zij bepalen of de aanschaf voldoet aan de voorwaarden. Van hen krijg je een beschikking met het bedrag dat je mag aftrekken.

garantievoorziening

Geef je garantie op je product of dienst? Dan moet je in de toekomst misschien die garantie verlenen. En dat kost geld. Daarvoor kun je een ‘spaarpotje’ opbouwen.

gelieerde maatschappij

Dit is een onderneming die hoort bij een groep van ondernemingen. Vaak zijn dit bv’s.

herinvesteringsreserve

Verkoop je een bedrijfsmiddel? En wil je later eenzelfde middel kópen? Dan mag je de (boek)winst die je maakt als je verkoopt, reserveren voor het nieuwe middel. Zo voorkom je dat je direct belasting moet betalen over de (boek)winst.

immateriële vaste activa

Bezittingen die niet tastbaar zijn. Bijvoorbeeld goodwill (= de marktwaarde van een onderneming).

investeringsaftrek

Koop je in één jaar voor meer dan € 2.300 exclusief btw aan bedrijfsmiddelen? En zijn de bedrijfsmiddelen € 450 of meer per stuk? Dan heb je mogelijk recht op investeringsaftrek. 

kleineondernemersregeling

Met de kleineondernemersregeling, heb je recht op belastingvermindering voor de btw. Let op, deze vermindering moet je aangeven als winst in je aangifte inkomstenbelasting.

kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Zie ‘investeringsaftrek’.

kwijtscheldingswinst

Moet je een bedrag aan iemand betalen? Maar lukt dat niet? Dan kan diegene jou het bedrag kwijtschelden. Dat levert jou voordeel op. Dat voordeel moet je als ‘kwijtscheldingswinst’ opgeven in je aangifte.

lijfrentevoorziening

Spaarpotje voor je pensioen. In de opbouwperiode kun je de premie hiervoor aftrekken tot een bepaald maximum. Dat is fiscaal gunstig.

materiële vaste activa

Bezittingen die tastbaar zijn. Bijvoorbeeld een gebouw.

obligaties

Je leent geld uit aan een bedrijf of aan de overheid. In ruil daarvoor krijg je een rentevergoeding.

onderhanden werk

Dit zijn werkzaamheden die je al verricht hebt, maar waarvoor nog geen factuur is gestuurd naar de opdrachtgever.

onderhandse leningen

Je leent geld aan of van bijvoorbeeld familie, zonder tussenkomst van de bank.

onttrekken / onttrekking

Onttrekken is wanneer je iets uit je bedrijf gebruikt voor jezelf. Voorbeeld: je hebt een bakkerij en haalt een brood uit de schappen om zelf op te eten.

oudedagsreserve

Als ondernemer mag je een ‘spaarpotje’ aanleggen voor je oudedag. Over een deel van de winst hoef je dan op dit moment geen belasting te betalen. Dat doe je pas later, bij de uitkering. Kijk welke voorwaarden er gelden.

overlopende activa

Dit zijn bedragen die je nog moet ontvangen, of vooruit hebt betaald. Voorbeeld: verzekeringspremies die een jaar vooruit betaald worden.

overlopende passiva

Kosten die je nog moet betalen. Voorbeeld: bankkosten of rente.

participanten

Deelnemers.

passiva

Schulden van je bedrijf.

pensioenvoorziening

Je legt een ‘spaarpotje’ aan voor je pensioen.

research- en developmentaftrek

Ontwikkel je innovatieve producten en diensten, dan kun je kosten en investeringen mogelijk deels aftrekken. Je hebt hiervoor een beschikking nodig van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Zie ook RVO.nl.

samenwerkingsverband

Voorbeelden van samenwerkingsverbanden zijn: vof’s en maatschappen.

schadeloosstelling

Je hebt een bedrag ontvangen van iemand omdat deze jou als ondernemer schade heeft toegebracht.

schuld loonheffingen

Het bedrag aan loonbelasting dat je nog moet betalen aan het einde van een boekjaar.

terugkeerreserve

Dit is alleen van toepassing wanneer je een bv hebt omgezet naar een eenmanszaak.

vlottende activa / kapitaal

Bezittingen die je binnen een jaar kunt omzetten in geld. Bijvoorbeeld voorraden, debiteuren, banktegoeden, kastegoeden.

voorziening

‘Spaarpotje’ voor mogelijke uitgaven in de toekomst.

waarderingsstelsel

De manier waarop je de waarde van de activa en passiva binnen je bedrijf bepaalt.

waardeveranderingen

De verandering van de waarde van de activa (bezittingen) of passiva (schulden) van je bedrijf. Door veranderde omstandigheden, bijvoorbeeld als je voorraad aan het einde van het boekjaar minder waard is geworden.

willekeurig afschrijven

Naast de gewone afschrijving bepaal je zelf hoe en wanneer je op een bedrijfsmiddel afschrijft. Deze regeling is er alleen voor starters (tot 5 jaar na de start van je bedrijf).

winst- en verliesrekening

Op dit overzicht vermeld je alle opbrengsten en uitgaven van je bedrijf.

0 Shares:
You May Also Like